Laylatoel-Qadr: Op welke nacht valt zij, en wat is de sterkste mening? — Shaykh ‘Arafāt ibn Ḥasan

Vraag: Wat is de meest correcte mening van de geleerden over wanneer Laylatoel-Qadr precies valt?
Antwoord van de nobele Shaykh ‘Arafāt ibn Ḥasan:
Wat betreft het tijdstip van Laylatoel-Qadr, op welke nacht valt Laylatoel-Qadr? Over deze kwestie heeft Al-Ḥāfidh ibn Ḥadjar in Fatḥ al-Bārī de verschillende uitspraken (meningen) weergegeven en het aantal uitspraken hierover opgevoerd tot 46 uitspraken. Al die uitspraken heeft hij (moge Allāh hem genadig zijn) genoemd in Fatḥ al-Bārī. Wij vatten dit alles samen en zeggen:
De bekendste mening is dat Laylatoel-Qadr in een bepaalde nacht van de laatste tien (nachten van Ramadān) valt, maar dat wij niet precies weten welke nacht het is. Dit is wat ash-Shāfi‘ī (moge Allāh hem genadig zijn) heeft gekozen. Hij zei namelijk dat het een specifieke, vaststaande nacht is. Het kan bijvoorbeeld de 21e of de 23e nacht zijn. Hij vond (moge Allāh hem genadig zijn) dat het een bepaalde nacht is die binnen die tien nachten valt, die niet verschuift, maar dat wij haar niet exact kennen. Toch zei ash-Shāfi‘ī dat hij hoopte dat het de 21e of de 23e nacht zou zijn.
De tweede mening – en dit is de meest bekende én de juiste mening, en de mening van Mālik en Aḥmed – is dat Laylatoel-Qadr verschuift binnen de laatste tien nachten. Het is dus niet gebonden aan één specifieke nacht. Het kan de 21e, de 23e, de 24e, 25e zijn, et cetera. Maar zij zeiden: “De meest waarschijnlijke nacht is de 27e.” Met “meest waarschijnlijk” bedoelen zij: “Wij hopen dat het zo is”, zonder hier zekerheid over te claimen. Wie claimde wel zekerheid hierover? Dat was Oebayy ibn Ka‘b (moge Allāh tevreden over hem zijn). Hij zwoer dat deze nacht de 27e was, zoals van hem is overgeleverd in de twee Saḥīḥs (al-Boekhārī en Moeslim).
Maar, in werkelijkheid, als we zouden zeggen dat Laylatoel-Qadr die-en-die nacht is, of de 27e nacht is, en we hier zekerheid over claimen, dan gaan we in tegen wat in de authentieke overleveringen staat, namelijk dat de kennis over die nacht is opgeheven. De Profeet (ﷺ) vertelde immers dat twee mannen ruzie hadden, waarna de kennis over (het exacte tijdstip van) Laylatoel-Qadr werd opgeheven. De Profeet ﷺ kwam naar buiten om het hen te vertellen.. Daarom heeft de Profeet ﷺ hen verwezen naar dat zij haar dienen te zoeken in de laatste tien nachten. Ook zei hij ﷺ: “De dromen die jullie hebben gehad komen overeen betreffende de laatste zeven (nachten), dus wie haar wil zoeken, laat hem haar in de laatste zeven (nachten) zoeken.” In sommige overleveringen zei hij ook: “De nacht van de drieëntwintigste”, waarbij hij iemand aanspoorde zich extra in te spannen in die nacht.
Om die reden gaf ash-Shāfi‘ī de voorkeur aan de mening dat de nacht van de 23e de meest waarschijnlijke is. Er is ook een overlevering van Ibn Mas‘oed (moge Allāh tevreden over hem zijn) dat hij ervan uitging dat het hele jaar eigenlijk Laylatoel-Qadr kon bevatten, wat betekent: zoek naar Laylatoel-Qadr het hele jaar door en sta het hele jaar in nachtgebed, opdat je Laylatoel-Qadr treft. Toen Oebayy ibn Ka‘b (moge Allāh tevreden over hem zijn) gevraagd werd naar deze uitspraak van Ibn Mas‘oed – want Oebayy was van mening dat het de 27e was – zei hij: “Ibn Mas‘oed wilde enkel dat de mensen niet lui zouden worden (door zich enkel op de 27e nacht in te spannen, en niet op andere nachten). Ibn Mas‘oed wíst echter dat het in Ramadān is, in de laatste tien nachten en dat het de 27e is.” Zo zei Oebayy (moge Allāh tevreden over hem zijn).
Hoe dan ook, de juiste mening – zoals ik al eerder aangaf – is dat de kennis over deze nacht is opgeheven. Waarom? De reden is dat twee mannen ruzie kregen. Wat ook een bewijs is dat deze kennis is opgeheven, is dat er bepaalde tekenen werden aangesteld voor Laylatoel-Qadr. De Profeet (ﷺ) vertelde ons dat er tekenen zijn: als je de tekenen ziet, dan is deze nacht de nacht van Laylatoel-Qadr: een milde, vredige nacht, niet heet, niet koud, de zon komt op zonder stralen en de maan is als de helft van een schaal, wat betekent als een halve kom—en dit gebeurt aan het eind van de maand. Daarom zeiden sommigen: dat is een bewijs dat we niet weten welke nacht het is.
Hij heeft ons opgedragen haar te zoeken in de laatste tien nachten en in de oneven nachten daarvan, en ons speciaal te richten op de laatste zeven. En hij (ﷺ) spoorde ons aan om extra aandacht te geven aan de 27e nacht. Maar ook is overgeleverd dat hij (ﷺ) de 23e nacht aanbeval, zoals in de Soenan van Aboe Dāwoed. In zijn (ﷺ) tijd werd Laylatoel-Qadr eens op de 21e gezien, en anderen zeggen op de 23e. Dus het is niet zo dat we kunnen zeggen: “Het is die-en-die nacht.” In plaats daarvan zeggen we: wij zijn opgedragen om het te zoeken, en zij kan van jaar tot jaar wisselen; elke Ramadān een andere nacht. En Allāh weet het het beste.
Bron: https://t.me/Arafatbinhassan/10872
Vertaling: moskee el albani
Leer hoe je de smeekbede uitspreekt die je zegt op Laylatoel-Qadr: https://www.youtube.com/shorts/xWmsuE6ZrDk